Kleine aanpassing, groot effect: hoe stalverrijking het WELZIJN van paarden ondersteunt
Paarden brengen een groot deel van hun tijd door in de stal, waar beweging en afwisseling vaak beperkt zijn. Toch blijkt dat kleine aanpassingen in die omgeving een groot verschil kunnen maken ...
Waarom is dit relevant voor stalhouders en paardenmensen?
Paarden in de natuur grazen ongeveer 50 – 60 % van hun tijd en staan vaak bewegend. In de box is die ruimte en mogelijkheid tot natuurlijk gedrag vaak sterk beperkt, wat onder andere kan leiden tot verhoogd stilstaan, minder eet-/graasgedrag en potentieel tot een slechtere lichamelijke én mentale toestand. Deze studie probeert dus te verkennen of men met gerichte verrijking, binnen de stalomgeving, kan sturen op betere uiting van natuurlijk gedrag, meer beweging, minder frustratie, en daarmee op beter welzijn.
Opzet van het onderzoek
In het onderzoek werden er negen paarden (zes ruinen en drie merries) indivudueel gehuisvest in een stal met een gekoppelde buitenpaddock, onder normale groepshuisvestigingsvoorwaarden (training enz). Bij deze paarden werder er in totaal drie berrijkingsobjecten getest: een traag-hooi-voeder gevulg met hooi, een activitybal en een spiegel aan de wand.
Elke proef bestond uit een controledag (geen verrijking) gevolgd door een dag met verrijking.
Belangrijkste bevindingen
Fysiologie
- Het toevoegen van verrijking verhoogde significant de hartfrequentie vergeleken met de controledag, wat duidt op een hogere arousal (opwinding/activiteit).
- De ademhalingsfrequentie werd niet significant beïnvloed door de verrijking.
- Het effect op hartfrequentie verschilde naar type verrijking en tijdstip van de dag: zo hadden paarden bij de spiegel aan het einde van de dag (20:00) lagere hartfrequenties dan in de ochtend/middag.
Gedrag
- Vooraging (zoeken/eten van voer) nam toe bij alle verrijkingsvormen ten opzichte van de controle.
- De traag-hooi-voeder en activity-bal leidden tot een significante toename van locomotie (bewegen in de stal) vergeleken met de spiegel en controle.
- Frustratiegedrag (zoals voeten stampen, bijten in objecten, repetitief gedrag) nam af onder verrijking ten opzichte van controle, vooral rond 12:00 en 16:00 uur.
- De traag-hooi-voeder bleek het meeste effect te hebben: de tijdsbesteding kwam het meest in de richting van het natuurlijke patroon van paarden.
Tijdstipeffecten
- De effecten waren vooral duidelijk op momenten waarop normaal geen voedermoment was (12:00, 16:00), dat zijn momenten waarop de stal vaak “leeg” is qua natuurlijk gedrag.
- In de avond (20:00) waren de verschillen tussen verrijking en controle minder duidelijk, en de spiegel had daar minder effect.
Interpretatie & praktische implicaties
De onderzoekers concluderen dat verrijking in de stalomgeving, zelfs met relatief eenvoudige middelen, positieve effecten laat zien op gedrag en fysiologie, wat wijst op verbeterd welzijn van de paarden. Vooral de traag-hooi-voeder kwam als meest effectief uit de verf. Voor de praktijk betekent dit dat stalhouders en paardeneigenaren kunnen overwegen om in hun inrichting meer aandacht te geven aan stimulerende objecten: niet alleen visueel of puur “leuk”, maar functioneel gericht op natuurlijk gedrag zoals vooraging, bewegen, exploratie. Daarnaast onderstreept de tijdstipbehoefte: juist op momenten dat de reguliere voedermomenten zijn geweest of nog komen, kan verrijking het verschil maken.
Conclusie
Hoewel wij zelf dit onderzoek niet uitgevoerd hebben, kunnen we uit deze studie een belangrijke boodschap meenemen: verrijking in de stalomgeving is niet slechts ‘een extra leuk voorwerp’, maar een potentieel waardevolle schakel in het verbeteren van paardenwelzijn, mits goed gekozen en goed getimed. De traag-hooi-voeder kwam hier als duidelijk winnaar naar voren, maar ook activitybal en spiegel leverden positieve veranderingen op. Voor stalhouders betekent dit: denk actief na over welke vormen van verrijking passen bij jouw dieren, huisvesting en routine, en introduceer die met oog voor tijdstip en observatie van effect.










