In de piste met Jan Symons: "Contact neem je niet, dat moet je krijgen"
Haverklap brengt een lessenreeks met Jan Symons, Julie Van Den Bulck is onze Chinese vrijwilliger. Zij wil haar paarden dressuurmatig beter onder controle hebben en daarvoor schakelen we Symons in, een dressuurruiter die springpaarden traint.
Jan Symons kan zijn voorliefde voor dressuur niet verklaren, of toch; hij wou eerst de basis goed beheersen en is zo in de dressuur gebleven. Hij ging in de leer bij de Nederlandse Olympiër Jo Rutten. Van Nederland trok Jan Symons naar de Fransman Patrick Le Rolland, lid van de Cadre Noir in Saumur. Later leerde hij nog bij ritmeesters van de Spaande Rijschool. Vakmensen die niet meer bestaan, mijmert Jan, die ook vakman wilde worden. En dat was ondergeschikt aan competitie: ‘ik was en ben meer geïntrigeerd en geïnspireerd in de africhting en scholing van paarden en dat komt uit boeken uit de 18e eeuw waar grootmeesters beschreven hoe je paarden africht en opleidt.
Jan Symons laat zijn leerling Julie en Maestro eerst haar gang gaan en observeert, waarna hij intervenieert.
Teugels niet te lang
Jan Symons wijst Julie er op dat haar teugels niet te lang mogen worden. Teugels zijn te lang als ze achter de schouder komen. De handen moeten immers voor je zadel zijn ter hoogte van de schouder van je paard. Door de aanspanning van het paard, gebruik je je lichaam en niet je armen als een veer. Bedoeling is immers dat je naar je hand rijdt.
Jan Symons legt drie balken op drie meter (03.00m/03.20m) die je kan gebruiken in stap, draf en galop. ‘Ik heb niet de gewoonte om voor elke gang de afstand te wijzigen. Dat moet allemaal kunnen voor de paarden. Als ze de eerste keer die balken op drie meter zien, gaan ze galopperen. Wij vragen om over die balken te stappen, draven en galopperen. Dat heet discipline.’
In de vorige les werd vooral aandacht besteed aan het activeren van de achterhand. Julie en Meastro hebben het begrepen. Een week later tikt Maestro zelfs de ijzers van de voorbenen aan. Een goed teken, vindt Jan: het betekent dat de achterhand geëngageerd is en de voorhand daar onvoldoende op anticipeert, omdat die nog niet weet wat hem overkomt. Al komt dat wel. Voorheen liep Maestro onder zijn tempo, nu loopt hij soms over zijn tempo. Dat evenwicht vindt hij wel, door sneller te worden met zijn voorbeen. Dat vraagt tijd.
Veel overgangen
Om dat proces te versnellen, rijdt Julie veel overgangen, zodat Maestro constant bij de les is.
Julie galoppeert, Jan vraagt om de overgang naar draf voor te bereiden door achteruit te gaan zitten. Het is niet nodig om op een bepaald punt de overgang te maken. Jan vraagt om Maestro een beetje te laten uitbollen. Wanneer de draf is ingezet wordt er opnieuw geactiveerd naar galop. Bedoeling van de overgangen is tevens dat Maestro meteen de impulsie van de draf overneemt. Niet stilvallen dus.
Julie rijdt eerst een volte voor de balken en breidt vervolgens uit over de balken. Constant in hetzelfde gelijkmatige tempo.
Voorhandwending
Dan stelt Jan Symons een voorhandswending voor, waarbij Maestro rond zijn vooras draait. Zo maak je je paard beter aan je been. Tijdens het draaien zal het binnen achterbeen overlangs kruisen. Daardoor komt er via de rug en de schouder druk op de voorhand. Die oefening maakt de achterhand soepel. Julie herhaalt de oefening meermaals en merkt het verschil. De linkerteugel staat in verbinding met het linkerbeen, dat naar achter verplaatst wordt en drukt. Julie voelt Maestro ronder worden.
Jan vraagt verschillende tempo’s op de volte van klein naar groot en terug naar klein. Julie blijft soms achter op de beweging van haar paard. Jan vraagt om te wachten, te ontspannen en de draad terug op te nemen. Paardrijden is oefenen en herhalen, veelvuldig herhalen tot paard en ruiter elkaar begrijpen. In het begin moet Julie overdrijven door haar gewicht ostentatief naar binnen te brengen en haar binnen schouder naar achter te brengen. Zodanig dat Maestro echt de richting voelt die Julie wil expliciet.
Niet veel later zien we Maestro snel reageren op de zit, ook omdat zijn rugspieren losser zijn en daardoor sneller anticiperen.

Paarden mogen niet te vast zitten in de controle van de ruiter
Paarden mogen niet te vast zitten in de controle van de ruiter. Ze moeten leren om zelf dingen op te lossen, zo krijgen ze meer zelfvertrouwen, oordeelt Jan Symons, die vertelt over een vijfsterren paard dat hij traint. Hij reed met losse teugel naar een balkje en plots stopte dat paard. Omdat het paard nooit had geleerd om zelf initiatief te nemen. Sommige paarden lopen verloren als ze zelf iets moeten doen. Ze hebben geleerd om instructies af te wachten en zullen bijgevolg zelf niets ondernemen.
Hoe losser een paard zicht voelt, hou beter en attenter hij reageert op de hulpen. Je moet niet op je paard, maar in je paard zitten, zegt Symons daarover. Een andere wijsheid is dat je je paard moet uitnodigen om iets te doen, dat is subtieler dan vragen. En vragen doe je op zijn beurt subtiel. Drukken met de kuiten is subtieler dan tikken met je hiel, wat minder comfortabel is voor je paard, dat meer vertrouwen heeft in stille benen.
De vierjarige Ravage…
Een echte merrie, lacht Julie als ze haar volgend paard presenteert. Als ze hengstig is, is ze niet de simpelste en dan druk ik me nog zacht uit. Ravage heet ze en werd gekocht als veulen. Ravage is nog groen. Ze is sinds vorige zomer zadelmak, waarna ze terug naar de weide mocht. Deze winter kwam Ravage terug onder het zadel van Julie: ‘ik probeer er mee rond te rijden.’ Parcours kent ze niet. Het eerste gevoel van Julie valt wel mee: ‘ik ben zelf niet de grootste durver en toch voelt Ravage vertrouwd.’ Julie twijfelt nog, is Ravage goed genoeg? Ze wil de vraag voorleggen aan Jan.
Hij legt een volte van 15 meter diameter, met balken in kruisvorm. Kwestie van straks de richting aan te geven.
Gebruik nooit een Gogue
Julie vertelt nog dat iemand suggereerde om Ravage op te leiden met een Gogue. Hierbij drukt de hulpteugel op de nek, de mond en onder de hals. Jan steigert bij het idee alleen al. Dat moet je nooit doen, zegt Jan streng. Het enige wat ik toelaat is een martingaal, om je paard wat richting te geven. Et on y va. Zet Ravage gewoon in beweging. Het eerste wat je doet is een paard voorwaarts rijden.
Julie stelt vast dat Ravage haar hoofd niet naar beneden brengt. So what? ‘Ravage is nog geen vier jaar, ze is nog een baby. Laat ze maar spelen en breng ze in de voorwaartse beweging. Als Ravage straks moe wordt, zal ze haar hals wel laten zakken. Nu is dat geen prioriteit. En dat Ravage haar hoofd in alle richtingen brengt, is normaal. Zo’n groen paard is niet gewoon om gewicht te torsen en zoekt via haar hoofd en hals naar evenwicht. Stoor je paard daar niet in door met je hand van alles te vragen. Kies een lijn, rijdt die lijn en laat de rest over aan je paard. Geef ze de kans om initiatief te nemen en haar evenwicht te zoeken. Julie moet veel draaien en keren en van hand verwisselen. Dat vraagt al veel van een paard. Als ze straks moe wordt, zal ze je hand zoeken. Nu moet Julie haar teugels alternerend losser maken en zo Ravage in het ijle laten.
Op de volte is het belangrijk dat Julie met haar gewicht de richting al aangeeft. Ze zal merken dat Ravage daar gevolg aan geeft.

Contact neem je niet, dat moet je krijgen
Jan vraagt aan Julie om door te rijden, over haar natuurlijk tempo zodat Ravage uit balans valt en moet zoeken naar haar nieuw evenwicht. Op die manier zoekt Ravage simultaan de hand van Julie. Zij mag geen contact nemen, Ravage zal het haar wel vragen en dan moet Julie ondersteunen.
We houden het altijd eenvoudig, Ravage zoekt de hand van Julie, opdracht volbracht en als beloning mag Ravage aan de lange teugel uitblazen.
We pikken de draad, of beter de teugels, terug op. Julie duwt Ravage voorwaarts met haar kuiten en zit, alsof je schommelt in een stoel door je bekken te kantelen. Ravage versnelt niet, maar neemt ruimere passen en stapt over de schouder. Op die manier laat ze haar hals zakken. Nu is Ravage voorwaarts in de beweging.
Hoe minder Julie haar hand gebruikt, hoe meer Ravage aan het been komt. Paarden hebben een natuurlijk tempo, vertelt Jan: ‘sommige paarden lopen weg van het been, anderen houden zich terug van het been. Het is de kunst van de ruiter om zijn paard uit balans te rijden, zodat het paard zijn balans terug zoekt. Zo krijg je contact dat bij een jong paard heel broos is. Dat vereist veel geduld en voorzichtigheid van de ruiter. Zo veel dat velen het overslaan. Als je drie keer per week met een groen paard rijdt, heb je vlot twee maanden nodig voor je dat bereikt. ‘
Jan vraagt galop, de meest ontspannen gang van het paard. In galop komt het lichaam helemaal los.
Jan vraagt aan Julie de openingsteugel om de volte in te zetten. Als Ravage het niet begrepen heeft en zichtbaar dreigt stil te vallen, stelt Jan voor om onmiddellijk voorwaarts te rijden en opnieuw te beginnen.
We houden het bij eenvoudige basisoefeningen. Het heeft immers geen zin om een jong paard in een loodlijn proberen te rijden. Als je met weinig hand rijdt, wordt de achterhand van je paard ook sterker.

Veel ruiters maken de fout dat ze opstappen en meteen hun paard in de hand willen. Dan zit je achterstevoren op je paard. Je moet je paard naar u laten komen.
Ravage pakt het goed aan en wordt steeds meer attent voor de hulpen van Julie. Het verschil van de overgangen en de verschillende lijnen en voltes maken Ravage attent.
Julie springt opnieuw aan in galop, contragalop weliswaar. Jan heeft twee suggesties: of je maakt de overgang naar draf en springt nadien opnieuw aan in galop, of je blijft in contragalop tot je paard vraagt om te draven, want contragalop is onnatuurlijk. Paarden moeten dat ook aanvoelen. Slangenvoltes en achten kunnen een paard aanleren om de juiste galop aan te nemen.
Ravage neemt het allemaal snel op, een slim paard merkt Jan Symons op die ook opmerkt dat Ravage moe begint te worden. Het is belangrijk om te vermijden dat je paard zich forceert door vermoeidheid. Ze zit er door en mag aan de lange teugel uitstappen.
Assist hulpteugels, ontworpen door Jan Symons
In samenwerking met LJ Leathers heeft trainer Jan Symons een gamma van hulpteugels ontwikkeld. Deze hulpteugels staan volledig in het teken van het welzijn van het paard.
Klik hier voor meer informatie over de hulpteugels van Jan.


















