Jean-Christophe de Grande: “Hij toont niet hoeveel kwaliteit hij écht heeft”
De voorbije maanden kon niemand nog naast de naam van Jean-Christophe de Grande kijken. Zowel tijdens de internationale weken in Oliva als op Belgische bodem reed hij zich opvallend vaak in de kijker. Toch kwam dat succes niet uit het niets. Achter de recente resultaten schuilt een periode van geduldig opbouwen, investeren in paarden en vooral: blijven geloven in het proces.
“De laatste jaren hebben we echt opnieuw opgebouwd”
Hoewel De Grande nooit volledig uit beeld verdween, geeft hij zelf toe dat het een tijd iets stiller was rond zijn sportieve carrière. “Ik heb een tijdje opnieuw moeten opbouwen met mijn paarden”, vertelt hij. “Maar de laatste twee à drie jaar zijn we echt goed bezig geweest. Vorig jaar hebben we een grote stap vooruit gezet en nu vallen alle puzzelstukjes in elkaar.”
Die vooruitgang werd afgelopen weken extra zichtbaar tijdens de Spaanse tour in Oliva. Met zes paarden trok hij naar de Mediterranean Equestrian Tour, waar de resultaten meteen volgden. “Ik heb daar 56 parcours gereden en ben 22 keer geklasseerd geweest. Veertien keer reed ik zelfs in de top drie. Dat zijn cijfers waar je alleen maar tevreden mee kan zijn.”
Volgens De Grande was de keuze voor Oliva een bewuste stap in de voorbereiding op het Belgische buitenseizoen. “Voor veel ruiters is Oliva de ideale plaats om paarden optimaal klaar te stomen. Voor ons kwam de timing perfect uit.”
Anubis, het paard dat blijft verrassen
Eén van de absolute blikvangers in de stal is zonder twijfel Anubis, een elfjarige ruin waarmee De Grande de voorbije jaren alle stappen samen doorliep. “Toen ik hem kreeg, liep hij eigenlijk maar 1.20m-proeven. Nu springt hij vlot 1.50m en zelfs 1.55m.”
Toch is het volgens De Grande niet het typische paard waarvan iedereen meteen zegt dat het een topper zal worden. “Anubis toont zijn kwaliteiten niet op een spectaculaire manier. Op 1.20m springt hij met tien centimeter overschot, maar op 1.50m doet hij exact hetzelfde. Hij laat niet zien hoeveel vermogen hij echt heeft.”
Wat hem volgens zijn ruiter uitzonderlijk maakt, zit vooral in zijn mentaliteit. “Hij heeft een enorm groot hart en een ongelooflijke wilskracht. Alles waar je hem naartoe stuurt, springt hij. Hij wil vechten voor zijn ruiter.” Dat karakter maakt volgens De Grande vaak het verschil tussen een paard met talent en een paard dat écht het hoogste niveau haalt. “Je kan paarden hebben met enorm veel kwaliteit, maar als het hoofd niet mee wil of het hart ontbreekt, geraak je er nooit mee.”
Massimo bevestigt het potentieel
Naast Anubis beschikt De Grande ook over Massimo, een negenjarige ruin die de voorbije maanden eveneens sterk presteerde. “Met Massimo voelden we eigenlijk vrij snel dat hij het potentieel had voor het hoogste niveau”, vertelt hij. “Hij heeft enorm veel kwaliteit, veel souplesse en een echte winnersmentaliteit.”
Tijdens Oliva bevestigde Massimo die verwachtingen met verschillende topklasseringen en overwinningen op 1.40m-niveau. De volgende stap lijkt ondertussen gezet. “We hebben duidelijk gezien dat hij klaar is voor 1.50m.”
Voor De Grande betekent dat vooral meer mogelijkheden in zijn planning. “Vroeger moest ik altijd rekenen op Anubis als mijn Grand Prix-paard. Nu heb ik twee paarden waarmee ik kan afwisselen. Dat geeft veel meer rust.”
“Ik ben enorm competitief”
Dat De Grande graag presteert, steekt hij zelf niet onder stoelen of banken. “Ik ben enorm competitief”, lacht hij. “Als een paard ergens nog niet klaar voor is, ga ik het ook niet forceren. Maar als ik een proef rijd, probeer ik wel altijd voor een top vijfplaats te gaan.”
Die mentaliteit vertaalt zich ook naar zijn visie op jonge paarden. Hoewel hij vroeger veel jonge paarden opleidde, ligt zijn focus vandaag vooral vanaf zesjarige leeftijd. “Ik denk dat het heel moeilijk is om tegelijk topniveau te rijden én voortdurend bezig te zijn met vier- en vijfjarigen. Dat vraagt een totaal andere aanpak.”
Volgens De Grande werkt een systeem met gespecialiseerde opleiders beter. “Je hebt mensen nodig die jonge paarden correct vormen en klaarstomen, zodat een ruiter ze later op hoger niveau kan overnemen.”
Minder handelaar, meer sportman
Hoewel handel onlosmakelijk verbonden blijft met de springsport, omschrijft De Grande zichzelf niet als een typische paardenhandelaar. “Ik ben daar eigenlijk niet zo goed in”, zegt hij eerlijk. “Ik ben liever bezig met rijden en het managen van paarden.” Toch beseft hij dat verkopen soms noodzakelijk blijft om een stal draaiende te houden. “Je probeert natuurlijk de paarden te behouden waarvan je voelt dat er echt nog veel potentieel in zit.”
“De interesse voor Anubis neemt sterk toe, maar voorlopig hopen we hem nog bij ons te kunnen houden”, zegt De Grande. “We voelen dat er nog veel progressiemarge op zit en willen graag verder bouwen richting het hoogste niveau.
Volgens De Grande is transparantie daarin essentieel. “Ik vind dat je altijd eerlijk moet zijn tegenover eigenaars. Als er interesse is voor een paard, moet je dat ook correct communiceren.”
Een korte uitstap naar eventing
Opvallend genoeg waagde De Grande zich vorig jaar ook even aan eventing. “Ik heb vier of vijf crossen gereden en vond het eigenlijk enorm plezant”, vertelt hij. Toch bleef het voorlopig bij een kort avontuur.
“Het probleem was vooral de combinatie met mijn jumpingplanning. In jumping krijg je elke dag opnieuw kansen. In eventing ligt dat helemaal anders. Als je een fout maakt, kan je hele weekend voorbij zijn.”
Hoewel hij het niet volledig uitsluit voor de toekomst, blijft de focus voorlopig volledig op het springen liggen. “We zijn momenteel heel goed bezig met de springpaarden, dus daar willen we nu vooral verder op bouwen.”
Vertrouwen als fundament
Dat De Grande vandaag opnieuw helemaal mee aan de top verschijnt, schrijft hij niet alleen toe aan zijn paarden. Ook zijn entourage speelt daarin een belangrijke rol. Hij verwijst expliciet naar zijn sponsors, eigenaars en familie.
“Goede connecties en goede eigenaars zijn enorm belangrijk in deze sport”, zegt hij. “Ik ben heel dankbaar voor de steun die ik krijg van mijn partners, mijn ouders en de eigenaars van mijn paarden.”
Dat vertrouwen vertaalt zich vandaag ook steeds vaker in nieuwe kansen. “Na Oliva komen mensen nu spontaan paarden voorstellen die al op 1.45m-niveau lopen. Dat heb ik vroeger nooit gehad. Alle paarden die ik op hoger niveau reed, heb ik altijd zelf opgebouwd. Dat maakt het extra mooi.”








