Meer dan ranking: drie ruiters, drie verhalen, één kampioenschap
Wat speelt er zich écht af achter het lint van ’s werelds grootste kampioenschap voor jonge springpaarden? Hoe beleven jonge topruiters de druk, de verwachtingen en de magie van zo’n podium? Wij spraken exclusief met drie Belgische talenten die zich op indrukwekkende wijze wisten te onderscheiden in Lanaken — elk met hun eigen verhaal, hun eigen paard, en hun eigen weg naar de top.
NIELS VAN ROSSEM
Eerste ervaring op het WK: "Misschien wel het mooiste concours ooit"
Voor Niels van Rossem werd het Wereldkampioenschap voor zevenjarige paarden meteen een onvergetelijke ervaring. Niet alleen omdat hij vicewereldkampioen werd, maar ook omdat het zijn allereerste deelname aan dit prestigieuze evenement was.
“Het was mijn eerste keer dat ik naar zo’n concours ging, en ik vond het misschien wel het mooiste tot nu toe,” vertelt Niels. “De pistes lagen er prachtig bij, echt stadionachtig. Alles was tot in de puntjes verzorgd. Het was ook bijzonder om tegen zoveel goede volwassenen te mogen rijden – dat maakt het allemaal net dat tikkeltje specialer.”
De combinatie met Speedy: “Hij stelt me nooit teleur”
Niels reed het WK met Speedy, een paard waarmee hij duidelijk een sterke band heeft opgebouwd. “Speedy is supergemakkelijk om te rijden. Hij stelt me nooit teleur. Zeker in een barrage weet ik dat ik snel kan zijn, want hij is enorm competitief.”
Toch is hun samenwerking nog relatief jong. “Mijn nonkel heeft hem gereden tot hij zes was. Na het WK vorig jaar ben ik ermee begonnen en heb ik een cyclus meegereden. Voor het WK van de zevenjarigen dit jaar heeft mijn nonkel hem nog gereden, omdat ik toen naar het EK met mijn pony moest.”
Snelle klik en vlotte training
De klik met Speedy kwam opvallend snel, ondanks dat hij in de wintermaanden soms wat fris was. “In het begin was hij inderdaad wat drukker, maar dat beterde snel. Naar het einde van het jaar toe kon ik hem goed onder controle houden. Hij is gewoon heel fijn om mee te werken, dat maakt alles leuker.”
Ook de voorbereidingen op het WK verliepen gestructureerd. “Ik heb thuis veel dressuurmatig gewerkt om hem in topvorm te krijgen. Daarnaast heb ik twee nationale concoursen gereden. Mijn nonkel heeft het BK met hem gereden in aanloop naar het kampioenschap.”
Van lage verwachtingen naar vicekampioen
Over de verwachtingen vooraf was Niels eerlijk: “Ik had eigenlijk weinig verwachtingen. Ik dacht dat het parcours wel heel hoog zou staan. De eerste dag had ik wat stress, maar toen ik voelde hoe hij sprong, stelde me dat gerust.”
Wat er door hem heen ging op het moment dat duidelijk werd dat hij tweede was geworden? “Dat was echt... zot. Ik had nooit gedacht dat ik zo ver zou geraken. Het is moeilijk te beschrijven. Met al dat publiek erbij, dat maakte het gewoon ongelooflijk. Het was echt een droom die uitkwam.”
Toekomstperspectief
Hoewel Niels nog jong is, maakt hij nu al indruk in het internationale circuit. Met zijn nuchtere houding en zijn sterke band met zijn paarden, lijkt hij nog lang niet aan zijn plafond te zitten. Afsluitend wensten we hem alvast veel succes met het volgende kampioenschap – met een knipoog richting het hoogste podium.
“Volgend jaar eerste worden?” vroegen we hem. Met een glimlach: “Dank je. We gaan ervoor.”
BUNOIT MOESKOPS
Ervaring met het wereldkampioenschap
Voor Bunoit Moeskops was het wereldkampioenschap in Lanaken geen onbekend terrein. Al op zeventienjarige leeftijd maakte hij er zijn debuut bij de zevenjarige paarden. “Dat was toen met een paard waarmee ik echt ben kunnen doorgroeien. Sindsdien heb ik het WK nog een paar keer gereden, waaronder ook al eerder bij de vijfjarigen.”
Toch blijft Lanaken iets bijzonders. “Voor mij is dat echt een unieke wedstrijd. Niet alleen sportief, maar ook omdat ik zelf een beetje fok. In Lanaken komt alles samen: sport, fokkerij, hengsten. Je ziet daar waar de fokrichting naartoe gaat en welke jonge paarden eruit springen. Dat maakt het voor mij een heel waardevolle week.”
Van zadelmak naar wereldniveau
De merrie Tokio waarmee Bunoit vierde werd, kwam pas in december bij hem op stal. “Ze was net zadelmak toen ze arriveerde. We hebben de winter gebruikt om rustig te werken richting de cyclus. Ze leerde snel bij, had veel goede wil en vooral: ze heeft een uitzonderlijke mentaliteit. Ze wil áltijd meewerken en doet echt haar best.”
Dat was voor Bunoit cruciaal in de beslissing om naar het WK te trekken. “Ik heb dat ook duidelijk met de eigenaar besproken. Ik wou alleen gaan als ik voelde dat ze er klaar voor was. Anders heeft het geen zin. Op zo'n kampioenschap moet je niet gewoon ‘meedoen’, je moet op een verantwoorde manier presteren.”
Onder druk naar topvorm
Het wereldkampioenschap brengt altijd extra druk met zich mee, zeker bij de jonge paarden. “Je wilt natuurlijk tonen wat je paard kan. Toch voelde ik mij niet zenuwachtig. Ik geloofde in mijn paard. Ze springt van nature foutloos, had het hele seizoen constant gelopen… Ik wist dat we een kans hadden.”
Dat vertrouwen werd beloond met een plek in de finale en uiteindelijk een vierde plaats. “Natuurlijk droom je van het podium. Maar ik was vooral heel blij met hoe ze gesprongen heeft. Ze is daar gegroeid als paard. Dat gevoel is voor mij minstens even belangrijk als een medaille.”
Bewust rijden in de barrage
Zijn rit in de barrage bleef niet onopgemerkt. “Ik heb achteraf veel berichtjes gekregen, dat ik die barrage met veel respect voor mijn merrie heb gereden. Dat deed me echt deugd.”
Het was bovendien de eerste keer dat Benoit een barrage reed met deze merrie. “Ik moest aanvoelen tot waar ik kon gaan. Ik heb geprobeerd het uiterste eruit te halen, zonder haar vertrouwen of lichaam te belasten. En dat is, denk ik, goed gelukt.”
THIBEAU SPITS
Een andere insteek, een verrassend resultaat
In tegenstelling tot vorige jaren vertrok Spits dit keer met een iets andere mindset naar het wereldkampioenschap. “Andere jaren ging ik vaak met meer ambitie of met paarden waarvan ik dacht dat ze echt klaar waren voor een medaille. Dit jaar waren het allemaal paarden die nog wat groener waren, met minder kilometers in de benen,” vertelt hij.
Toch bleek die ‘lagere verwachting’ net de sleutel tot succes: “Misschien net omdat er minder druk was, gaf dat een ontspannen gevoel in de piste. Alle drie de paarden presteerden eigenlijk boven verwachting.”
Touch of Joy Dwarse Hagen: emotionele band
De derde plaats met Touch of Joy Dwarse Hagen betekende voor Thibeau meer dan louter sportief succes. De merrie werd lange tijd gereden door zijn broer en is bovendien een dochter van Classic Touch, een paard dat voor de familie Spits een bijzondere plaats inneemt. “Classic Touch betekende voor mij eigenlijk het begin van het grotere werk. Om met haar dochter nu in Lanaken te mogen rijden, was sowieso iets heel bijzonders,” zegt Spits zichtbaar geraakt.
Over de kwaliteiten van de merrie is hij duidelijk: “Ze heeft ongelooflijk veel mentaliteit en wil altijd haar best doen in de piste. Ze is een echte vechter en bovendien heel gemakkelijk te rijden. Ik wist: als ik met één paard kans had, dan was het met haar.”
Voorbereiding: elkaar leren kennen
Op de vraag of hij zijn voorbereiding voor zo’n kampioenschap aanpast, blijft Spits nuchter: “Niet per se. Alleen wist ik dit jaar iets minder goed wat de moeilijkheden zouden zijn. De laatste weken heb ik vooral geprobeerd om haar beter te leren kennen. Op sommige hindernissen voelde het al goed, maar om een volledig parcoursgevoel te krijgen, moest ik echt zoeken.”
Erving op een WK: een waardevolle test
Volgens Spits zijn kampioenschappen zoals die in Lanaken essentieel in de opleiding van een jong paard. “Zo’n WK is een goede test, maar de voorbereiding moet natuurlijk goed verlopen. Het gaat erom of een paard zich op dat moment echt geeft wanneer je het vraagt. Dat zegt veel over hun mentaliteit en instelling, wat later in hun carrière cruciaal is,” aldus Spits.
Hij besluit: “De kwaliteiten die je daar ziet, komen vaak later ook terug. En omgekeerd: problemen die je daar al tegenkomt, zie je vaak opnieuw. Dus ja, het is zeker een waardevolle graadmeter.”








