Belgische dubbelspanmenners klaar voor het WK in Beekbergen: “We rijden voor wat we waard zijn”
Over twee weken trekken vier Belgische menners naar Beekbergen in Nederland om daar deel te nemen aan het Wereldkampioenschap voor dubbelspannen. De Belgische selectie bestaat uit Nico van Praet, Christophe Devlieghere, Laurens Dhollander en Sven Stuyck. Jonge menners, elk met hun eigen parcours, paarden en aanpak — maar verenigd in hun ambitie om te presteren op het hoogste niveau.
Chef d’équipe Sarah Gooris is realistisch én hoopvol: “De concurrentie is gigantisch. Het niveau in deze discipline blijft stijgen, maar onze menners gaan rijden voor wat ze waard zijn. Ze geven het beste van zichzelf, en dat is alles wat we kunnen vragen. Uiteraard droomt iedereen van het podium, maar bovenal willen we fier zijn op onze prestaties.”
Nico van Praet: “We dromen van top 10, maar weten dat het ook 40 kan zijn”
Nico is een doorwinterde kracht in het Belgische menveld. Samen met zijn team bereidt hij zich nauwgezet voor: 12 uur training per week, met extra sessies richting het WK. Zijn paarden, Jardo en Job, zijn twee 11-jarige KWPN-tuigpaarden waarmee hij in 2020 begon na een overstap van pony’s.
“Het is eigenlijk onvoorstelbaar hoe snel we met deze paarden dit niveau bereikt hebben,” vertelt Nico. “Ze zijn gewoon goede, eenvoudige gebruikspaarden die alle drie de onderdelen aankunnen.”
Zijn voorbereiding is grondig, maar het zijn vooral zijn entourage en ervaring die het verschil maken. “Zonder mijn pa, mijn moeder, groom Filip Willaert en ons vaste team zouden we nooit staan waar we nu staan. Filip is al 20 jaar onze steun op de kar. Die verdient echt een standbeeld.”
De ambitie is helder: “We hopen op een top 10, al beseffen we goed dat we net zo goed 40e kunnen eindigen. We moeten boven onszelf uitstijgen, een beetje geluk hebben en vooral ook genieten.”
Sven Stuyck: “Top 20 is het doel – en daarvoor moet alles kloppen”
Sven Stuyck rijdt al langer met het WK in gedachten. “Na het vorige WK wist ik: dit moet opnieuw lukken,” vertelt hij. Zijn trainingsaanpak is intensief: 15 uur per week, exclusief verzorging. “We rekenen ongeveer 5 uur per paard. Enkel training. Verzorging komt daar nog bij.”
Zijn span bestaat uit drie uiteenlopende paarden: Extreme (10-jarige Arabo-Fries, al sinds zijn 2 jaar bij Sven), Yaro (eveneens Arabo-Fries, anderhalf jaar in het team) en Nero (14-jarige Lipizzaner). “Fijne paarden om mee te werken,” zegt Sven. “We trainen afwisselend: dressuur, vaardigheid, marathon en zeker ook veel enkelspan. Zo blijven ze fris in het hoofd én lijf.”
Sven werkt zonder trainer, maar voelt zich klaar. “We hebben echt gepiekt naar dit WK. Mijn beste wedstrijd moet nog komen.”
Zijn ambitie? “Er zijn ongeveer 90 deelnemers, waarvan zeker 50 bijzonder sterk. Als ik in de top 20 eindig, ben ik tevreden.”
Christophe Devlieghere : “Mijn paarden zijn samen opgegroeid – dat maakt hen uniek”
Voor Christophe kwam de selectie niet als complete verrassing: na sterke dressuurscores in Sélestat en Saumur zat hij op koers. Toch bleef het spannend tot de officiële bevestiging. “Je weet het pas zeker als ze bellen,” lacht hij.
Christophe rijdt met Macho en Maurice, twee paarden die hij als jonge veulens aankocht en zelf opleidde. “Ze zijn fysiek sterk, lijken op elkaar en vormen een echt team.”
Zijn training is speels én gericht: vier keer per week, inclusief dressuur, vaardigheid en ontspannen buitenritten. “Af en toe een terrasje onderweg, dat hoort erbij,” grapt hij.
Hoewel zijn paarden nog jong zijn, hoopt hij vooral als teamrijder een goede bijdrage te leveren. “Voor een individuele topklassering is het nog wat vroeg, maar we gaan ons zeker tonen.”
Laurens Dhollander: “Van Spaanse zon naar WK-niveau in anderhalf jaar”
Voor Laurens Dhollander is het WK het resultaat van een snel en intensief traject. Zijn paarden Lucinda, Mister Dimitri en Leandro (reserve) genoten tot 2023 nog van het Spaanse klimaat bij Edouard Simonet. Sindsdien werden ze door Laurens klaargestoomd voor de top.
“We begonnen pas echt in de zomer van 2024 met wedstrijden in België. Het ging snel. Sinds dan trainen we met coach Jan Vanden Berghe, en dat maakt echt verschil.”
Lucinda is een vurige merrie, Mister Dimitri een gevoelige ruin met een groot hart, en Leandro is de rustige kracht van het trio. “We trainen gevarieerd, zorgen voor goede voeding en laten ze regelmatig ontspannen. Dan blijven ze mentaal scherp.”
Voor Laurens is het WK vooral een unieke leerervaring: “Ik kijk ernaar uit om te groeien, ervaring op te doen en alles op te slorpen wat ik kan.”
Een Belgisch team met honger naar meer
Met vier zeer verschillende, maar gedreven menners heeft België een team dat inzet op samenwerking, groei en prestatie. Sommigen mikken op topklasseringen, anderen op waardevolle ervaring — maar allemaal zijn ze vastberaden om België met trots te vertegenwoordigen in Beekbergen.
“We rijden voor wat we waard zijn,” besluit Sarah Gooris. En dat belooft.
.gif)
.gif)










