Langlopend conflict tussen Anky van Grunsven en miljonair Arie Yom-Tov eindigt in schikking
Het jarenlange juridische conflict tussen dressuuricoon Anky van Grunsven, haar partner en trainer Sjef Janssen, en de Hongaars-Israëlische vastgoedmiljonair Arie Yom-Tov is uiteindelijk geëindigd in een schikking. Daarmee komt voorlopig een einde aan een complexe zaak die draaide rond mislukte sportieve ambities, miljoeneninvesteringen en wederzijdse beschuldigingen.
Olympische droom
De zaak begon toen Yom-Tov zijn dochter Yazmin liet trainen bij Sjef Janssen, met als doel haar klaar te stomen voor de internationale dressuurtop en uiteindelijk de Olympische Spelen van Parijs. Volgens berichtgeving betaalde Yom-Tov jarenlang ongeveer 250.000 euro per jaar voor training, stalling en begeleiding.
Na ongeveer vijf jaar liep de samenwerking echter spaak. Yom-Tov stelde dat de trainingen onvoldoende resultaat opleverden en eiste uiteindelijk tot 850.000 euro terug van de Anky Holding. Daarnaast beschuldigde hij Janssen van grensoverschrijdend gedrag tegenover zijn dochter. Die beschuldigingen werden eerder al door een Hongaarse rechtbank verworpen.
Van Grunsven en Janssen ontkenden de aantijgingen en stelden op hun beurt dat Yom-Tov nog aanzienlijke openstaande facturen moest betalen. Zij eisten ongeveer 300.000 euro.
Rechtbank ziet onvoldoende bewijs
In juli 2025 oordeelde de rechtbank in Den Bosch dat geen van beide partijen voldoende bewijs had geleverd om de claims hard te maken. Volgens de rechtbank was er “geen enkel bewijs van wanprestatie” door Van Grunsven en Janssen. Uit correspondentie uit de samenwerkingsperiode bleek volgens de rechter zelfs dat Yom-Tov en zijn dochter aanvankelijk tevreden waren over de begeleiding.
Ook de tegenvordering van de Anky Holding werd afgewezen. De rechtbank vond onvoldoende onderbouwing om Yom-Tov alsnog te verplichten de openstaande bedragen te betalen.
Daarmee kregen beide partijen in eerste aanleg “nul op rekest”.
Hoger beroep en oplopende kosten
Yom-Tov ging echter in hoger beroep. Tijdens een tussenzitting werd duidelijk dat een verdere juridische procedure nog jaren kon aanslepen. Volgens berichtgeving van Het Financieele Dagblad waarschuwde de rechter dat bijkomende getuigenverhoren, deskundigenonderzoeken en oplopende advocatenkosten de zaak financieel weinig zinvol zouden maken.
Daarnaast speelde nog een afzonderlijk conflict rond paardenbeslagen. Van Grunsven en Janssen hadden eerder beslag laten leggen op 21 paarden van Yom-Tov wegens onbetaalde facturen. Volgens Yom-Tov leidde dat tot sportieve schade en waardeverlies van de dieren.
Uiteindelijk besloten beide partijen een definitieve regeling te treffen. Van Grunsven en Janssen betalen volgens de schikking 37.500 euro aan Yom-Tov, waarna alle procedures worden stopgezet.
Reputatieschade
De zaak kreeg in de hippische wereld veel aandacht vanwege de betrokkenheid van drievoudig olympisch kampioene Anky van Grunsven, jarenlang een van de bekendste gezichten van de Nederlandse paardensport. Het conflict werpt tegelijk een licht op de financiële en juridische spanningen die kunnen ontstaan binnen de internationale topsport, waar ambitieuze investeringen en persoonlijke verwachtingen vaak nauw verweven raken.
Met de schikking vermijden beide partijen een juridische strijd die mogelijk nog tot 2029 had kunnen duren.
















